Momu
EN NL
(c) Photo: Ronald Stoops
fairy tales
W.&L.T. L/Z - A Fetish For Beauty, Foto: Ronald Stoops

Alterations geeft weer hoe Van Beirendonck ons denken over schoonheid in vraag stelt en op zoek gaat naar alternatieve lichaamsbeelden. Hij werkt met de meest uiteenlopende lichaamsvormen, van gespierde bodybuilders en struise ‘bears’ (een subcultuur binnen de homogemeenschap) over tengere jongens en frêle Japanse meisjes tot fantasiefiguren.

In de collectie A Fetish for Beauty (lente-zomer 1998) zien we langgerekte modellen op stelten, met T-shirts met een print van preoperatieve tekeningen. Van Beirendonck is geïnteresseerd in plastische chirurgie en in de manier waarop schoonheid kan worden gemanipuleerd.
In zijn werk omarmt hij het concept van de ‘avatar’, de man-machine, waarbij door operaties en intelligente prothesen het lichaam van de toekomst wordt gevormd. De Franse performanceartieste ORLAN, die plastische chirurgie laat uitvoeren op zichzelf, belichaamt dat idee volledig. In zijn collectie Believe (herfst-winter 1998–99) presenteert hij modellen met twee prothesen in de vorm van hoorntjes op het hoofd, als een soort van hedendaagse scarificatie. In de culturen van Papoea-Nieuw-Guinea en Oceanië wordt het scarificeren van de huid gezien als een verlenging van het principe van het masker als tweede ego, maar ook als beschermer of afschrikker.

Met schoonheidsrituelen van etnische stammen als voorbeeld experimenteert Van Beirendonck met allerlei make-upvormen, zoals Maori-tatoeages omgezet in latex kleeftatoeages (lente-zomer 2001). Ook maskers in allerlei vormen en materialen bieden een alternatief voor de klassieke make-up. Zijn etnische inspiratie haalt Van Beirendonck voornamelijk bij de volkeren van Papoea-Nieuw-Guinea en het Nubagebied (Soedan). Vooral de manier waarop zij omgaan met hun lichaam, make-up en haar — niet langer een alleenrecht voor vrouwen maar ook en vooral een beleving voor mannen — spreekt Van Beirendonck aan.

Schoonheid hangt samen met het creëren van een eigen identiteit en de vrijheid om die via je lichaam zelf vorm te geven. Het is geen toeval dat de Glamrock uit de jaren 1970 en meer specifiek David Bowie, met zijn kameleonachtige verschijningen en verschillende alter ego’s, een grote inspiratiebron vormden voor de jonge Van Beirendonck. De tentoonstelling Mutilate?, die hij cureert voor het Antwerpse stadsproject Mode 2001 Landed-Geland, gaat niet over verminking maar is veeleer een eerbetoon aan de kracht van de transformatie doorheen de geschiedenis en diverse etnische gebruiken.

In 2003 tekent Van Beirendonck de kostuums voor de dansvoorstelling Not Strictly Rubens van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Het gespierde lichaam van de hedendaagse danser staat echter ver af van het rubensiaanse lichaamsideaal. Daarom ontwerpt Van Beirendonck kostuums die samengesteld zijn uit honderden handgemaakte rozetten van tule, om zo opnieuw voluptueuze lichamen te creëren. Eenzelfde techniek past hij toe voor de kostuums van de wandelende sculpturen bij de samenwerking met de Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm, naar aanleiding van diens solotentoonstelling Wear me out in het beeldenpark van het Middelheimmuseum te Antwerpen (29/5–25/9/2011). In de collectie Dissections (herfst-winter 2000–01) bouwt Van Beirendonck hemden en jassen op uit verschillende lagen. De collectie is o.a. geïnspireerd op het werk Jakob/Jakob Fat (1999) van Erwin Wurm, een performance waarin een man zichzelf tot sculptuur maakt en zijn lichaamsvorm manipuleert door steeds meer kledingstukken over elkaar aan te trekken.